Een emmertje bestek.

Hij zwijgt, zij ook. Haar haar is net-niet-bruin en het glimt.  Ze zit onderuitgezakt. De bovenkant van haar boezem ketst de schaduw van de bladeren moeiteloos de lucht in. Onder haar borsten verwringen de bloemen zich in kreukels om haar vetrollen.  Haar schoenen, wit met kleine zwarte puntjes, hebben versleten zolen. Ze duwt de punt van haar hak schuin in een grassige kier tussen twee klinkers. Er loopt een mier haar stoelpoot op.

Naast haar zit een jongen in een verwassen blauw t shirt, zijn ogen zijn lodderig, alsof hij een gat in de dag heeft geslapen. Hij heeft zich gisteren geschoren en een kapsel als iemand uit Wageningen. Hij kijkt om wanneer een boot de bocht in gaat,  een verkouden eend snatert tweemaal, de echo galmt omhoog tussen de grachten.

Een tafeltje verder lacht een vrouw. Ze voert een gesprek met drie anderen, ze kijken afwisselend naar elkaar, het lijkt een toneelstuk. Wat zijn ze echt.

Achter me valt een emmertje bestek om.  De serveerster zegt: “Laat maar hoor, ik doe het zo wel,” en neemt mijn bestelling op.

Ik schrijf.

In de schaduw aan de overkant neemt een neger met een grijs petje een telefoon uit zijn jaszak. Hij staat voor een dichte deur op de werf. Ik wrijf in mijn oog. Ik kijk weer op en de neger is verdwenen.

De jongen in het blauwe t-shirt en de vrouw met de grote boezem praten nu met elkaar. Dat maakt me verdrietig en het maakt me blij. Verdrietig omdat ze net niks tegen elkaar zeiden, op zo’n wij-zijn-heel-erg-klaar-met-elkaar manier. Ik vond dat zo zielig dat ik er iets treffends over zou gaan schrijven- dan had hun samenzijn in ieder geval nog íets voortgebracht. Hun geklets maakte me ook blij, omdat de kans dat ze samen gelukkig zijn nu iets groter is. Kijk, ze lachen.

Karel Schuttevaer vaart langs Heusden. Vanachter gebogen glas staren ze naar ons, de kademensen. Een Italiaanse vrouw met twee tattooages. We draaien beiden ons hoofd, blijven elkaar lang aankijken. Een lange, zure toeter kwaakt. Karel Schuttevaer vaart de bocht om. Dag Italiaanse.

Ik schrijf.

De jongen en het meisje staan op. Hun emmertje valt ook om. Ze lachen en lopen langs mij terug hun eigen leven in.

Hoe zou het met mijn broertje’s ex zijn?

Comments
2 Responses to “Een emmertje bestek.”
  1. Bob says:

    ouwe schrijvert… wanneer komt je boek nou uit? verjaardag nog gevierd? grt!

  2. ha boef! duurt nog wel een jaar, minimaal. maar het komt, het komt, die lieve goeie boek, grammaticaal onjuist, maar voila.

    verjaardag hele dag ge edit, zit met griezelige deadline, vandaag ook weer. morgen tent kopen, tas pakken en op lowlands werken. En daarna weer door!

    hou je goed in KL!

    groetjes,

    Sid

Leave A Comment