Ik voel me een beetje als een methadonverslaafde die zelf het methadonbusje mag rijden: die verslaafde parkeert zijn busje natuurlijk ergens achteraf op een schimmig weggetje achter de A2 om zichzelf een weekend lang eens te trakteren op een drugsspuit-bender á la Fear & Loathing in Las Vegas. “Da’s logisch.” (spreek dit laatste uit met een Cruyffiaans [...]
Heerlijk nieuws vanuit de burelen van het waterbekdier dat “De Optimist” heet. Zij hebben zojuist één van mijn verhalen gepubliceerd, “De Bevalling”.
Nee, niet over seks of daten of anderszins luchtige frivoliteiten schreef ik. Dit keer ging ik de dieproze diepte in en schreef een pittig verhaal over twee mensen die in een grot uit wandelen gaan. [...]
Gisteren ben ik met een dominee naar de rechtbank gegaan. Nu kan ik dus een blogpost schrijven waar ik weken op heb gewacht.
De dominee/vader-van-een-goeie-vriendin was namelijk de laatste van drie lezers die zo vriendelijk was mijn manuscript te willen lezen. En zijn respons was niet mis, op het terras van de rechtbank. READ MORE…
Tijdens paperassen wegruimen vond ik enkele niet gedigitaliseerde gedichten. Ik heb deze haiku’s in 2003 geschreven ter gelegenheid van mijn broertjes’ eindexamen kado. Mijn ouders gaven hem toen een stoel vol plastic buizen die we allemaal vulden met herinneringen, foto’s en kleine kadootjes.
De Hollandse lente hangt in de lucht (het is immers bijna zomer) dus om mij heen gaan relaties bij de tulpenbosjes naar de knoppen. Een verdrietje van me, een topwijf, probeerde ik gistermiddag op te vangen toen ze van haar roze wolk afkletterde.
De zin die me het meeste bijbleef van haar (terechte) klaagzang:
“Ik wil gewoon onvervangbaar zijn voor iemand.” READ MORE…
“De espressokop ligt uitgespoeld op de rand van de gootsteen. Mijn moeder leunt tegen het aanrecht, vlak ernaast. Ze vindt een nieuw argument, iets anders dat ik fout heb gedaan. Ze beweegt haar vinger richting haar slaap. Tikt ertegen. Met mijn hand sla ik op tafel– zachtjes natuurlijk. Ze wijst met haar wijs- en ringvinger naar mij. Ergens tussen de opmerking ‘die dag gaat het niet om jou, snotjong’ en de vraag ‘wil Flip niet komen optreden’ sta ik op. Ik heb misschien iets tegen haar geschreeuwd en ben daarna redelijk boos de voordeur uitgestormd.”
de werkplek.
Zomaar een stukje uit mijn manuscript. Het is weer tijd voor een update over hoe het schrijven van mijn manuscript me vergaat.
Wat denken jullie: is het volgende verhaal leuk genoeg om op te sturen naar een literair tijdschrift? Het heet ”De bevalling” en is bizar, griezelig en natuurlijk nooit af.
Hier heb je het verhaal als beter leesbare PDF: “De bevalling” en hieronder als lopende tekst.
Ken je dat nog, van toen je een kind was, dat je op je vaders of moeders knieën zat en dat ze zo, “hobbelhobbel, hupsekee, gat in de weg” met je deden, waardoor je dan bijna op de grond viel-maar-niet-helemaal?
Zo was het vorige week.
Ergens eind maart schreef ik dit jubel berichtje, inclusief prosecco moneyshot, omdat de eerste versie van Stikken in een Sitcom af was.
Toen kreeg ik mijn één na laatste afspraak met deze schrijfster die me al maandenlang van fijnzinnig commentaar voorziet.
En nee, dat sluitstuk, die laatste plotwenteling, die MacGuffin, dat kon ik niet maken. En daarmee kreeg ik precies voor mijn kiezen waar ik bang voor was. Back to the drawing board.
Inderdaad, DE EERSTE VERSIE IS AFGESCHREVEN!! Op een dag is dit manuscript een boek.
Werktitel: Stikken in een Sitcom (fragmentjes hier en hier en hier)
Mijn openingszin: “Ik heb ze toen maar de hand geschud.”
Mijn laatste zin: “Konden alle liedjes maar zo beginnen.”
.
Sjeesj, in alle twee de zinnen staat het woord ‘maar’. Daar moet ik nog even naar kijken.
.
Tussen die twee zinnen zitten in ieder geval nog zo’n 65.000 andere woorden. Sommige ervan dubbel. 192 pagina’s.
.
Prosecco van de buurman
U ziet hiernaast de eerste felicitatie, van meneer Verkleij.
(U ziet hier tevens het eerste moment van 2010 dat er weer samen op straat gedronken werd. Ook mooi. :- )
.
Die 65.000 woorden dus, heb ik tussen 1 december en gisteren geschreven, iets minder dan vier maanden. Als ik de tweede versie ga klaar zetten voor het herschrijven ga ik het definitieve aantal tellen. Dan weet u dat.
.
Het leek me een goed idee om een aantal constateringen op een rij te zetten. Net als in deze post, toen ik halverwege was. Gewoon, voor mezelf, gewoon voor jou, voor als je erover denkt een boek te gaan schrijven.
.
(Gewoon doen, trouwens. Zoals deze debuterende dame heel terecht opmerkt op haar blog: “Boek op de plank. Omdat Brood niet doet dromen” Emily, goedlachse Vlaamse dame, ik ga je boek kopen.
.
..
Enfin, komen ze, mijn constateringen aan het einde van de eerste versie:
Zelfmanifestatie. Zo noemde een vriend van me twitteren, facebooken, LinkedIn, bloggen. Dat is het ook. Maar dat is het niet alleen.
In een Pew internet survey las ik dat voor 28 % van de bloggersinformatie opslaan in 2006 een voorname reden van het bloggen was. 52% vond het helemaal geen reden. Nou, ik hoor bij de eerste groep. Deze blogpost schrijf ik niet als zelfmanifestatie, maar om ter zijner tijd te kunnen teruglezen hoe ik er ook alweer in stond zo halverwege de eerste versie van mijn manuscript.
“Remember these days, once the book is out these days will never come back. The pressure will only increase. The hunger will increase. The uncertainty will increase. Are you up for that?”
“Is there a right answer to your question?”
“Realize that. Exactly that. it’s going to be doubts all along the way.”
Daar zijn we weer met nog een klein fragmentje van mijn manuscript.
Waarom? omdat het hopelijk nieuwsgierig maakt naar mijn echte boek. Dit fragmentje zit halverwege. Het speelt zich af in een veels te hippe Chinese cocktail bar in London, waar de band TomTom en de Fakkels net niet goed genoeg is bevonden door een A&R manager. En ja, het is een filmscript scene. Waarom? dat lees je vast nog wel een keer
TOM
–I know, I know, you’re working. I get that. But get this.