Een emmertje bestek.
Hij zwijgt, zij ook. Haar haar is net-niet-bruin en het glimt. Ze zit onderuitgezakt. De bovenkant van haar boezem ketst de schaduw van de bladeren moeiteloos de lucht in. Onder haar borsten verwringen de bloemen zich in kreukels om haar vetrollen. Haar schoenen, wit met kleine zwarte puntjes, hebben versleten zolen. Ze duwt de punt van haar hak schuin in een grassige kier tussen twee klinkers. Er loopt een mier haar stoelpoot op. Read More Read More